Bij alle drie leen je je geld uit voor een afgesproken periode. De rente ligt vanaf de start vast, dus je weet op voorhand wat het oplevert. Dat is het verschil met een gewone spaarrekening, waar de bank de rente onderweg kan aanpassen.
Let wel: het gaat telkens om een brutorente. Op de intrest wordt 30 procent belasting (roerende voorheffing) ingehouden. Stel dat een aanbieder 3 procent bruto biedt. Dan blijft er 2,1 procent netto over, of 21 euro per jaar op 1.000 euro.
Een vaste rente heeft ook een keerzijde. Stijgt de marktrente na je aankoop, dan zit je vast aan het oude tarief. Wie twijfelt over de richting van de rente, kan zijn geld daarom spreiden over meerdere looptijden. Zo kan je bijvoorbeeld de helft voor twee jaar vastzetten en de rest voor vijf jaar.
De termijnrekening: een rekening bij je bank
Een termijnrekening staat op jouw naam bij je bank, naast je zicht- en spaarrekening. Je kiest zelf de looptijd, doorgaans van enkele maanden tot 10 jaar. Langere looptijden leveren meestal een hogere rente op. Daarnaast rekenen banken doorgaans geen kosten aan, tenzij je het geld vóór de vervaldag opvraagt. Dat kan wel, maar het kost je dan meestal iets.
Wie meerdere termijnrekeningen met verschillende looptijden combineert, bouwt een depositoladder.
De kasbon: een schuldbewijs van je bank
Ook bij een kasbon leen je geld aan je bank, maar je krijgt er een schuldbewijs voor terug. Dat is een effect, een verhandelbaar waardepapier, dat op een effectenrekening staat. De looptijd loopt doorgaans van 1 tot 15 jaar. Sommige kasbons betalen elk jaar rente uit, andere schrijven de rente bij en betalen alles op de eindvervaldag uit.
Maar uitstappen is minder vanzelfsprekend dan het lijkt. De bank is niet verplicht om je kasbon terug te kopen. Lukt het wel, dan hangt de prijs af van de marktrente en de kosten van de bank, zodat je je startkapitaal niet zeker terugkrijgt. Bovendien kan de effectenrekening zelf kosten met zich meebrengen.
De staatsbon: een lening aan de overheid
Met een staatsbon leen je aan de Belgische staat, meestal voor één tot tien jaar. Technisch gezien is het een obligatie. De rente, ook coupon genoemd, ligt bij de uitgifte vast en wordt jaarlijks uitbetaald. Staatsbons worden doorgaans vier keer per jaar uitgegeven.
Koop je bij de uitgifte, dan betaal je enkel de uitgifteprijs. Je hoeft niet te wachten tot de vervaldag om te verkopen. Verkoop je vroeger op de beurs, dan kan de prijs afwijken van wat je betaalde, en komen beurskosten en beurstaks erbij.
Is je geld beschermd?
Termijnrekeningen en kasbons bij een Belgische bank vallen onder het Garantiefonds, tot 100.000 euro per bank en per persoon, niet per rekening. Meer over die depositogarantie lees je in een apart artikel. Staatsbons vallen hier niet onder.
Let wel: achtergestelde kasbons vallen niet onder die waarborg. Bij een buitenlandse bank kan bovendien een andere garantieregeling gelden.
Welke past bij jou?
Dat hangt af van een paar vragen:
- Hoe lang kan je het geld missen? Hoe langer de looptijd, hoe groter de kans dat je ooit vroeger wilt uitstappen.
- Hoe wil je uitstappen? Bij een termijnrekening vraag je het geld op tegen een kost. Bij een kasbon hangt het af van de bank en de marktrente. Bij een staatsbon verkoop je op de beurs.
- Aan wie leen je geld uit? Aan een bank of aan de staat. Dat bepaalt wie je terugbetaalt en welke bescherming geldt.
Geld dat je mogelijk snel nodig hebt, hoort niet op een vaste termijn. Zorg eerst voor een spaarbuffer en zet daarna pas vast wat overblijft.
Bronnen
Dit artikel is algemene informatie, geen beleggings-, fiscaal of juridisch advies. De redactie haalt haar informatie uit betrouwbare bronnen, maar kan niet instaan voor de juistheid of de actualiteit ervan en is niet aansprakelijk voor schade als die informatie onjuist of verouderd blijkt. Cijfers en regels wijzigen: toets je eigen situatie altijd af bij je bank, verzekeraar, notaris of adviseur. Fout gespot? Neem contact op.