Belgen ruilen het spaarboekje in voor de beurs

Belgische gezinnen legden vorig jaar 12,8 procent van hun beschikbaar inkomen opzij, tegenover gemiddeld 14,7 procent in de eurozone (ING Research, op basis van Eurostat). Sinds 2025 trekken beleggingsfondsen meer nieuw geld aan dan spaarrekeningen. Moet je zelf mee?

Je spaarboekje voelt veilig. Een beleggingsfonds voelt onzeker. De eerste harde cijfers van dit najaar zeggen het tegenovergestelde: het is je spaarboekje dat terrein verliest, en het fonds dat groeit.

Belgische gezinnen legden vorig jaar 12,8 procent van hun beschikbaar inkomen opzij, tegenover gemiddeld 14,7 procent in de eurozone. Dat berekende ING Research op basis van cijfers van Eurostat. Senior economist Charlotte de Montpellier noemt Belgen daarmee geen “superspaarders” meer, de naam die het land decennialang meekreeg. Wat is er aan de hand, en moet jij je gewoontes aanpassen?

Hoeveel houden we nog opzij?

De klassieke spaarquote, het deel van je inkomen dat je niet uitgeeft, daalde tot 12,8 procent. Kijk je enkel naar wat er puur financieel opzij gaat, dus zonder de afbetaling van een woning, dan zakt dat cijfer tot 4 procent, tegenover 6 procent gemiddeld in de eurozone.

Toch blijft er geld genoeg. Een Belgisch gezin heeft gemiddeld 257.000 euro netto financieel vermogen, tegenover 166.000 euro in de eurozone. Dat vermogen komt alleen niet langer vooral van het spaarboekje.

Waar gaat het geld dan wel naartoe?

Sinds 2025 is de verhouding tussen sparen en beleggen omgedraaid. Historisch trokken spaarboekjes bijna twee keer zoveel nieuw geld aan als beleggingsfondsen. Vandaag stroomt er elk kwartaal 5,6 miljard euro naar fondsen, tegenover 3,5 miljard euro naar deposito’s, goed voor 60 procent meer bij de fondsen.

Dat is geen kleine groep koplopers. Volgens ING belegt 43 procent van de Belgen vandaag al in aandelen, obligaties, fondsen of ETF’s, en overweegt nog eens 24 procent om te beginnen. Bij jongeren tussen 18 en 24 jaar ligt dat laatste cijfer nog hoger, op 46 procent.

Waarom twijfelen zoveel mensen dan nog?

Van wie nog niet belegt, noemt 61 procent een gebrek aan kennis als drempel, en 54 procent angst voor risico. Beide zijn reële zorgen: een fonds kan dalen, een spaarboekje niet. Maar één op vijf twijfelaars, 20 procent, geeft de fiscus als reden op. En daar valt intussen iets aan te doen.

Sinds 1 januari 2026 betaal je op een meerwaarde uit aandelen, fondsen en de meeste beleggingsverzekeringen een belasting van 10 procent. Klinkt hoog, maar de eerste 10.000 euro winst per persoon per jaar is vrijgesteld. Voor wie voorzichtig instapt, met een paar honderd euro per maand, is die vrijstelling voorlopig geen zorg: je moet eerst 10.000 euro winst boeken voor je er iets van voelt. Wie de vrijstelling toch wil benutten, moet ze zelf aanvragen via de belastingaangifte, want je bank past ze niet automatisch toe.

Sparen blijft intussen niet onbelast. Op een gereglementeerde spaarrekening betaal je pas belasting boven de eerste 1.020 euro intresten per persoon, volgens Wikifin, het platform van de FSMA. Voor wie op een klassieke spaarrekening geld opzij zet, blijft die grens meestal ver weg.

Wat als je toch liever veilig speelt?

Overstappen naar een fonds is geen alles-of-nietsverhaal. Bij de staatsbon die de federale overheid op 4 september 2026 uitgaf, kreeg je op een looptijd van een jaar een brutorente van 2,75 procent, netto 1,925 procent na de roerende voorheffing van 30 procent. Verschillende termijnrekeningen deden op dat moment beter: bij MeDirect leverde een jaar vastzetten 3,20 procent bruto op, netto zo’n 2,24 procent, becijferde Test-Aankoop eind augustus. Wie enkel naar de staatsbon kijkt omdat hij in het nieuws kwam, laat dus mogelijk rendement liggen zonder een greintje extra risico te nemen.

Is meer beleggen dan altijd beter?

Niet automatisch. Een fonds kan ook dalen, en wie zijn buffer voor onverwachte kosten omruilt voor beleggingen, zet zichzelf klem op het moment dat de wasmachine stukgaat. ING rekende voor de hele Belgische economie uit wat een geleidelijke verschuiving richting beleggen over dertig jaar kan opleveren: een extra vermogen van 83,3 miljard euro, goed voor 13 procent van het bbp. Dat is een macro-inschatting voor het land, geen voorspelling van wat jouw eigen portefeuille gaat doen.

Wie overweegt om mee te schuiven, doet dat dus best in twee stappen. Eerst de buffer, drie tot zes maanden aan uitgaven, die blijft op een spaarrekening staan. Pas het geld daarboven, dat je jaren kunt missen, hoort eventueel in een fonds of ETF.

Bronnen

Dit artikel is algemene informatie, geen beleggings-, fiscaal of juridisch advies. De redactie haalt haar informatie uit betrouwbare bronnen, maar kan niet instaan voor de juistheid of de actualiteit ervan en is niet aansprakelijk voor schade als die informatie onjuist of verouderd blijkt. Cijfers en regels wijzigen: toets je eigen situatie altijd af bij je bank, verzekeraar, notaris of adviseur. Fout gespot? Neem contact op.

sparenbeleggenspaarquotestaatsbonmeerwaardebelasting

Verder lezen

Alle artikels →
Beleggen

Zelf een obligatie kopen: waar je op let voor je klikt

Met de hogere rente komen obligaties weer in beeld. Een losse obligatie kopen werkt anders dan een aandeel: je betaalt een koers in procent, soms ook verlopen rente, en vaste kosten wegen zwaar op kleine bedragen. Zes zaken om na te kijken voor je je order plaatst.

4 min lezen

Beleggen

Wat is een obligatie, en hoe veilig is ze?

Een obligatie is een lening aan een overheid of een bedrijf: je krijgt elk jaar interest en op de vervaldag je geld terug. Dat maakt ze voorspelbaarder dan een aandeel, maar niet zonder risico. Wat koop je precies, wat kan er mislopen en wat neemt de fiscus?

4 min lezenVoor beginners