Meerwaardebelasting: dit verandert de nieuwe circulaire

De FOD Financiën publiceerde op 22 juli 2026 circulaire 2026/C/74 over de meerwaardebelasting. Ze verduidelijkt wat je moet bewijzen, wanneer je bank automatisch inhoudt en hoe je de vrijstelling van 10.000 euro niet laat liggen.

Sinds 1 januari 2026 betaal je 10 procent op je gerealiseerde meerwaarden op aandelen, obligaties, fondsen, crypto en goud, met een geïndexeerde vrijstelling van 10.000 euro per persoon en per jaar. Dat wist je al. Hoe dat er in de praktijk uitziet op je afrekening, werd pas deze zomer echt duidelijk.

Op 22 juli 2026 publiceerde de FOD Financiën circulaire 2026/C/74. Geen lichte lectuur, maar wel het document waarnaar elke bank en boekhouder sindsdien verwijst zodra er een vraag binnenkomt over bewijslast, inhouding of verrekening. Een aantal van die verduidelijkingen verandert wat je zelf moet doen.

Het fotomoment van 31 december 2025

Alleen de winst die je vanaf 1 januari 2026 opbouwt, is belastbaar. Voor alles wat je al eerder in bezit had, geldt de waarde op 31 december 2025 om middernacht als vertrekpunt, niet je oorspronkelijke aankoopprijs.

Dat is goed nieuws voor wie zijn aankoopbewijzen van twintig jaar geleden niet meer heeft. Voor bestaande posities moet je niet aantonen wat je destijds betaalde, alleen dat je het actief al bezat. Een jaaroverzicht van je bank van begin 2026 volstaat daarvoor meestal, dus bewaar dat exemplaar apart van de rest van je administratie.

Voor activa die je na 1 januari 2026 koopt, ligt de lat hoger. Kun je de aanschaffingsprijs niet bewijzen, dan kan de fiscus als laatste redmiddel de nulfictie toepassen: je aanschaffingswaarde gaat dan op nul, en de volledige verkoopprijs telt als meerwaarde. De administratie noemt dat uitdrukkelijk een laatste redmiddel, maar het blijft een dure uitzondering. Bewaar dus voortaan elke aankoopbevestiging.

Er is nog een tweede uitweg, en die is minder bekend. Lag je werkelijke aankoopprijs hoger dan de waarde op het fotomoment, dan mag je die aankoopprijs gebruiken in plaats van de foto. Dat gaat niet vanzelf: je vraagt de uitzondering zelf aan in je aangifte en je moet ze kunnen staven. Ze geldt bovendien alleen voor verkopen tot en met 31 december 2030 (Crelan). Wie in 2021 duur kocht en eind 2025 nog onder water stond, heeft daar rechtstreeks baat bij.

Verkoop je maar een deel van een positie die je op verschillende momenten kocht, dan schrijft de circulaire de FIFO-methode voor: de stukken die je het eerst kocht, gelden ook als de eerst verkochte. Let wel: die volgorde geldt per effectenrekening, niet over je hele portefeuille heen.

Je bank houdt niet altijd automatisch in

Wanneer je een effectenrekening opent, kies je tussen twee regimes, expliciet of stilzwijgend. Bij opt-in houdt de bank de 10 procent meteen in bij elke belastbare transactie en stort ze door aan de fiscus. Bij opt-out gebeurt er niets aan de bron, en geef je de meerwaarde zelf aan in je belastingaangifte.

De uitrol verliep de eerste maanden van 2026 nog met horten en stoten. Argenta bijvoorbeeld hield tot en met mei niets in, koppelde vanaf juni de bancaire beleggingen aan opt-in, en maakte pas op 1 september ook van de levensverzekeringen de standaard opt-in (Argenta). Bij de meeste banken, waaronder MeDirect, is automatische inhouding intussen wel de standaardinstelling, tenzij je zelf voor opt-out kiest.

Check dus in je account welk regime voor jou geldt. Dat maakt een verschil: bij opt-out ben je zelf verantwoordelijk voor een correcte aangifte, met alle gevolgen van dien als je het vergeet. En kijk ook naar de kleine lettertjes van je instelling, want bij MeDirect bijvoorbeeld zet je de opt-out per effectenrekening aan en kun je die keuze maar één keer per kalenderjaar wijzigen (MeDirect).

De vrijstelling van 10.000 euro komt niet vanzelf

Dit is het onderdeel dat de meeste mensen geld kost zonder dat ze het beseffen. Ook als je bank via opt-in al inhoudt, past ze je jaarlijkse vrijstelling van 10.000 euro daarbij meestal niet toe. De bank kent immers alleen de meerwaarden die je bij haar realiseert, niet wat je eventueel bij een andere instelling al hebt opgebouwd of nog gaat opbouwen.

Wil je je vrijstelling gebruiken, dan vraag je ze dus zelf op in je belastingaangifte (Bolero). Wie dat niet doet, betaalt 10 procent op een bedrag dat eigenlijk vrijgesteld is, en ziet dat geld niet terug.

Er zit ook een spaarpotje in de regeling. Gebruik je je vrijstelling in een bepaald jaar niet volledig op, dan schuift maximaal 1.000 euro mee naar het volgende jaar. Dat kan tot vijf jaar na elkaar, waardoor je in het beste geval tot 15.000 euro in één jaar kunt vrijstellen. Voor wie maar sporadisch verkoopt, is dat het overwegen waard bij het plannen van een verkoopmoment.

Minderwaarden zijn strikter dan je zou hopen

Verlies je op een positie, dan trek je dat verlies af van je meerwaarden, maar uitsluitend binnen hetzelfde belastbare jaar en binnen dezelfde categorie activa. Een minderwaarde uit 2026 die je niet volledig kunt verrekenen, verdwijnt gewoon. Ze schuift niet door naar 2027, hoe graag je dat ook zou willen (Crelan).

Wie al met verlies zit op een positie en in datzelfde jaar ook een mooie meerwaarde realiseert, laat die twee dus best samenvallen in plaats van de verkoop van de verlieslatende positie zomaar uit te stellen.

Crypto: elke omwisseling telt

Voor crypto verandert de circulaire weinig aan het principe, maar ze maakt wel één ding scherper. Niet alleen de omzetting naar euro is een belastbaar moment, ook de ruil van de ene cryptomunt naar de andere telt mee. Wie bitcoin omruilt voor ether, realiseert daarmee fiscaal een meerwaarde, ook al blijft het geld binnen crypto.

Het tarief van 33 procent voor wie als speculant geldt, is trouwens geen crypto-regel: het hoort bij de diverse inkomsten en kan op elk actief slaan. Automatisch is het evenmin. De fiscus kijkt naar een geheel van factoren, zoals het aandeel crypto in je totale vermogen, het gebruik van geleend geld en de inzet van bots, en niet naar één enkel kenmerk. Bovendien ligt de bewijslast bij de administratie. Voor de doorsnee belegger die af en toe bijkoopt of verkoopt, blijft het standaardtarief van 10 procent van toepassing.

Wat er niet onder valt

Pensioensparen, langetermijnsparen en groepsverzekeringen blijven buiten schot, net als dividenden en interesten waarop je bank al roerende voorheffing inhield. Zuivere overlijdensverzekeringen en schuldsaldoverzekeringen zonder spaarcomponent tellen evenmin mee. Tak 21, 22, 23, 26 en 44 met een spaar- of beleggingsluik vallen er dan weer wel onder. Let wel: koop je een tak 21 af binnen de eerste acht jaar, dan geldt de roerende voorheffing van 30 procent en niet de nieuwe taks.

Dit alles gaat overigens enkel over financiële activa. Voor een eventuele meerwaarde op de verkoop van vastgoed gelden andere regels, en daar raakt deze circulaire niet aan.

Wat je nu concreet doet

Ga na of je effectenrekening op opt-in of opt-out staat, en of dat nog is wat je wilt. Zoek het jaaroverzicht van begin 2026 op en berg het apart op, want dat is voorlopig je enige bewijs voor de waarde op het fotomoment. En als je dit jaar verkoopt, hou dan zelf bij hoeveel van je vrijstelling van 10.000 euro je al hebt gebruikt. Je bank doet dat voorlopig niet voor je, en de fiscus rekent er niet op dat jij het wel onthoudt.

Bronnen

Dit artikel is algemene informatie, geen beleggings-, fiscaal of juridisch advies. De redactie haalt haar informatie uit betrouwbare bronnen, maar kan niet instaan voor de juistheid of de actualiteit ervan en is niet aansprakelijk voor schade als die informatie onjuist of verouderd blijkt. Cijfers en regels wijzigen: toets je eigen situatie altijd af bij je bank, verzekeraar, notaris of adviseur. Fout gespot? Neem contact op.

meerwaardebelastingcirculairebeleggeneffectenrekeningbelastingaangifte

Verder lezen

Alle artikels →
Beleggen

Zelf een obligatie kopen: waar je op let voor je klikt

Met de hogere rente komen obligaties weer in beeld. Een losse obligatie kopen werkt anders dan een aandeel: je betaalt een koers in procent, soms ook verlopen rente, en vaste kosten wegen zwaar op kleine bedragen. Zes zaken om na te kijken voor je je order plaatst.

4 min lezen

Beleggen

Belgen ruilen het spaarboekje in voor de beurs

Belgische gezinnen legden vorig jaar 12,8 procent van hun beschikbaar inkomen opzij, tegenover gemiddeld 14,7 procent in de eurozone (ING Research, op basis van Eurostat). Sinds 2025 trekken beleggingsfondsen meer nieuw geld aan dan spaarrekeningen. Moet je zelf mee?

3 min lezen