Wordt je euro minder waard? Dat hangt af van waar je kijkt. In de winkel betekent het dat je voor hetzelfde bedrag minder in je kar legt. Op de valutamarkt betekent het dat je voor een euro minder dollars krijgt. Beide gebeuren vaak tegelijk, en ze raken je spaargeld en je beleggingen elk op hun eigen manier.
1. Minder waard in de winkel: inflatie
Inflatie is de stijging van de prijzen. Stijgen ze, dan koop je met dezelfde euro minder, en dus is die euro minder waard geworden. De Europese Centrale Bank (ECB) mikt op een inflatie van 2 procent per jaar: genoeg voor een gezonde economie, maar laag genoeg om de koopkracht niet snel uit te hollen.
Dat doel wordt lang niet altijd gehaald. In september 2026 liep de inflatie in de eurozone volgens een eerste raming van Eurostat op tot 3,8 procent. In België lag ze met 4,6 procent nog hoger. De grootste duw kwam van energie, die bijna een vijfde duurder was dan een jaar eerder.
Het verschil tussen 2 en 4 procent lijkt klein, maar het stapelt zich op. Bij 3 procent inflatie per jaar is een euro na ongeveer 23 jaar nog maar de helft waard.
2. Minder waard tegenover de dollar: de wisselkoers
Een euro kan ook goedkoper worden tegenover andere munten. Begin oktober 2026 zakte hij tegenover de dollar naar zo’n 1,12 dollar, het laagste peil sinds mei 2025. Beleggers maakten zich zorgen over de Franse staatsschuld en de politieke onrust in Frankrijk.
Zo’n daling merk je niet meteen aan de kassa, maar wel op een omweg. Grondstoffen zoals olie worden doorgaans in dollar verhandeld. Wordt de euro zwakker, dan betalen Europese bedrijven daar meer voor, en die rekening schuift vroeg of laat door naar jou. Een reis naar de Verenigde Staten of een aankoop in een Amerikaanse webwinkel worden ook duurder.
Toch is een zwakkere euro niet alleen slecht nieuws. Europese bedrijven die veel buiten Europa verkopen, worden er voor buitenlandse klanten goedkoper door. Let wel: wisselkoersen bewegen in beide richtingen. Wat vandaag zakt, kan over een jaar weer klimmen.
3. Wat het betekent voor je spaargeld
Voor spaarders telt vooral de inflatie. Wat je bank je aan rente geeft, moet je vergelijken met hoe snel de prijzen stijgen. Ligt de rente lager, dan krimpt je spaargeld in koopkracht, ook al staat er op je rekening elk jaar een hoger bedrag.
Stel dat je 10.000 euro op een spaarrekening hebt tegen 1,5 procent rente, en dat de prijzen met 3,8 procent stijgen. Na een jaar staat er 10.150 euro, maar daarmee koop je ongeveer wat 9.780 euro een jaar eerder waard was.
Centrale banken reageren op zo’n inflatie met een hogere rente. De ECB trok de hare in september 2026 op, met de waarschuwing dat de inflatie nog geruime tijd boven haar doel blijft. Een hogere rente maakt sparen wat aantrekkelijker en lenen duurder, en moet zo de prijsstijgingen afremmen. Maar een spaarrekening blijft in de eerste plaats een buffer, geen bescherming tegen inflatie.
4. Wat het betekent voor je beleggingen
Aandelen hielden op lange termijn de inflatie ruim bij, althans in de Verenigde Staten. Amerikaanse aandelen brachten van 1900 tot en met 2025 gemiddeld 6,6 procent per jaar op na inflatie, blijkt uit het jaarboek van de Zwitserse bank UBS. Obligaties haalden 1,6 procent, kortlopend staatspapier amper 0,5 procent.
Let wel: dat maakt aandelen geen schild dat elk jaar werkt. Volgens hetzelfde jaarboek lagen de rendementen na inflatie van aandelen en obligaties doorgaans hoger in periodes van stevige groei en lage inflatie. Een obligatie met een vaste rente lijdt dan weer rechtstreeks onder inflatie, omdat die vaste rente minder koopkracht oplevert. En goud, vaak de klassieke vluchthaven, bood minder houvast dan veel beleggers denken: in 13 van de 28 jaren met meer dan 3 procent inflatie verloor het waarde.
De wisselkoers werkt anders. Wie in euro belegt in Amerikaanse aandelen, bijvoorbeeld via een wereldwijde ETF, krijgt er een munt bij. Stijgt de dollar met 5 procent tegenover de euro terwijl de aandelen stil blijven staan, dan is je belegging in euro toch ongeveer 5 procent meer waard. Wordt de euro weer sterker, dan werkt dat effect in je nadeel.
Dat muntrisico is niet klein. Volgens UBS voegde het gemiddeld zo’n 6 procentpunt toe aan de schommelingen van een buitenlandse belegging. Daarom bestaan er fondsen die het wisselkoersrisico afdekken. Ze kunnen je rendement iets minder wispelturig maken, maar nemen je ook de meevallers af, en het afdekken zelf kost geld.
5. Wat je kunt doen
Kijk naar je rendement na inflatie, niet naar het bedrag op je afschrift. Dat geldt voor je spaarrekening, maar ook voor een termijnrekening of een obligatie met een vaste rente.
Spreid daarnaast je beleggingen over landen en munten. Dan hangt je vermogen niet af van één munt of één economie, en vangen de bewegingen elkaar voor een deel op. Hou wel genoeg geld in euro voor wat je de komende jaren nodig hebt: je huur, je lening of een grote aankoop betaal je immers in euro.
En verkoop niet halsoverkop omdat de euro een paar weken zwak staat. Wisselkoersen en inflatiecijfers schommelen voortdurend, en wie breed spreidt, hoeft niet elke beweging te volgen.
Bronnen
- Eurostat, Euro area annual inflation up to 3.8% (flash estimate, 2 oktober 2026)
- Europese Centrale Bank, Monetary policy decisions (10 september 2026)
- Reuters, Euro sinks to 17-month low as French fiscal woes spur contagion fears (5 oktober 2026, via Investing.com)
- StoneX, EUR/USD forecast: Currency Pair of the Week (5 oktober 2026)
- UBS, Global Investment Returns Yearbook 2026, public summary edition
Dit artikel is algemene informatie, geen beleggings-, fiscaal of juridisch advies. De redactie haalt haar informatie uit betrouwbare bronnen, maar kan niet instaan voor de juistheid of de actualiteit ervan en is niet aansprakelijk voor schade als die informatie onjuist of verouderd blijkt. Cijfers en regels wijzigen: toets je eigen situatie altijd af bij je bank, verzekeraar, notaris of adviseur. Fout gespot? Neem contact op.