Coast FI: het getal dat zegt dat je genoeg hebt belegd

Coast FI rekent uit vanaf welk bedrag je niets meer hoeft bij te leggen voor later, omdat de tijd het werk doet. Wie dat getal met een voorzichtig rendement berekent, komt vaak uit op het drievoudige van wat online circuleert. Als controlepunt is het wel bruikbaar.

Heb je al genoeg opzij gezet voor je pensioen? Volgens een rekenregel die op sociale media rondgaat, kun je dat vrij precies uitrekenen. Ze heet Coast FI, en ze geeft je één bedrag: zodra je zoveel belegd hebt, mag je stoppen met bijleggen. Maar dat bedrag is maar zo betrouwbaar als de veronderstellingen erachter.

Een eindbedrag, terugrekenen naar vandaag

De afkorting FI staat voor financial independence, financiële onafhankelijkheid. Het principe draait de gewone spaarvraag om. Je vraagt niet hoeveel je elke maand moet opzijzetten, maar hoeveel er vandaag al moet staan opdat het, zonder nieuwe stortingen, tegen je pensioen vanzelf uitgroeit tot het bedrag dat je wilt.

Dat werkt door samengestelde interest: elk jaar groeit niet alleen je inleg, maar ook het rendement van de jaren ervoor. Hoe langer die groei kan lopen, hoe minder je vandaag nodig hebt. Daarom spreekt het idee vooral jonge beleggers aan.

De formule

De rekensom zelf is kort. Je neemt het bedrag dat je bij je pensioen wilt hebben, en je deelt het door de groei die je geld tot dan doormaakt:

Coast FI-bedrag = doelbedrag / (1 + r)t

Daarin staat r voor het rendement dat je per jaar verwacht, geschreven als decimaal getal: 3 procent wordt 0,03. De t is het aantal jaren tot je pensioen. Hoe hoger r en hoe groter t, hoe kleiner het bedrag dat je vandaag nodig hebt.

Thomas rekent het uit

Stel dat Thomas 28 is en 40.000 euro belegd heeft. Zijn wettelijke pensioenleeftijd is 67 jaar. Hij heeft dus nog 39 jaar. Tegen dan wil hij 250.000 euro hebben, gerekend in de koopkracht van vandaag.

Een online rekentool vraagt hem welk jaarrendement hij verwacht. Vult hij 6 procent in, dan rekent de tool 250.000 / 1,0639, en komt ze uit op zo’n 25.800 euro. Met zijn 40.000 euro is hij dus ruim klaar, en zou hij nooit meer iets hoeven bij te leggen.

Maar dat rendement houdt geen rekening met inflatie, terwijl zijn doel wel in euro’s van vandaag staat. Rekent hij met 3 procent na inflatie, dus 250.000 / 1,0339, dan heeft hij geen 25.800 maar zo’n 79.000 euro nodig. Zijn 40.000 euro groeit bij dat rendement tot ongeveer 126.700 euro: de helft van zijn doel.

Wil Thomas het gat dichten, dan volstaat bij hetzelfde rendement zo’n 140 euro per maand. Dat is een heel ander besluit dan “ik ben klaar”.

Waarom het getal zo gevoelig is

Over een periode van bijna veertig jaar maakt elk procent rendement een enorm verschil. Bij 4 procent na inflatie heeft Thomas vandaag zo’n 54.000 euro nodig, bij 2 procent al ruim 115.000 euro. Niemand weet welk van die cijfers de komende decennia het dichtst zal benaderen. Een rendement uit het verleden is bovendien geen belofte, en kosten en belastingen halen er nog een stuk af.

Daarnaast zegt het eindbedrag zelf ook niet alles. Hoeveel je jaarlijks kunt opnemen zonder dat je kapitaal te vroeg opraakt, staat evenmin vast. Morningstar komt voor een pensioen van dertig jaar uit op 3,9 procent als veilig startpunt, met een portefeuille die voor 30 à 50 procent uit aandelen bestaat. Voor Thomas betekent dat zo’n 9.750 euro per jaar uit zijn 250.000 euro. In 2021 kwam hetzelfde onderzoek nog uit op 3,3 procent.

Let ook op: het leven van een 28-jarige ziet er over tien jaar vaak heel anders uit. Een huis, kinderen of een andere job veranderen wat je later nodig hebt, en ook de regels rond het pensioen bewegen.

Gebruik het als controlepunt

Toch heeft de oefening haar nut, op voorwaarde dat je ze voorzichtig maakt en herhaalt. Bijvoorbeeld zo:

  • Reken in euro’s van vandaag en dus met een rendement na inflatie. Neem eerder 2 à 3 procent dan het cijfer dat een rekentool je voorstelt.
  • Kijk wat je al opbouwt buiten je eigen beleggingen, zoals een groepsverzekering of pensioensparen. Dat verkleint het bedrag dat je zelf moet halen.
  • Maak de som elk jaar opnieuw, met wat er werkelijk op je rekening staat. Zo zie je of je voorligt of achterop raakt, en stuur je bij voor het te laat is.

Bereik je je getal, dan kun je je inspanning gerust wat terugschroeven. Maar wie daarna helemaal stopt, legt al zijn hoop op één aanname over de komende decennia.

Bronnen

Dit artikel is algemene informatie, geen beleggings-, fiscaal of juridisch advies. De redactie haalt haar informatie uit betrouwbare bronnen, maar kan niet instaan voor de juistheid of de actualiteit ervan en is niet aansprakelijk voor schade als die informatie onjuist of verouderd blijkt. Cijfers en regels wijzigen: toets je eigen situatie altijd af bij je bank, verzekeraar, notaris of adviseur. Fout gespot? Neem contact op.

Coast FIpensioenbeleggenrendementinflatiesamengestelde interest

Verder lezen

Alle artikels →
Beleggen

Zelf een obligatie kopen: waar je op let voor je klikt

Met de hogere rente komen obligaties weer in beeld. Een losse obligatie kopen werkt anders dan een aandeel: je betaalt een koers in procent, soms ook verlopen rente, en vaste kosten wegen zwaar op kleine bedragen. Zes zaken om na te kijken voor je je order plaatst.

4 min lezen