De bedragen die je fiscaal kunt inbrengen voor pensioensparen, stijgen de komende jaren niet meer mee met de prijzen. De federale regering heeft de indexering van een reeks belastingvoordelen stilgelegd, en pensioensparen hoort daarbij. Voor dit jaar blijft de keuze wel dezelfde: stort je tot 1.050 of tot 1.350 euro? Welk bedrag het meest oplevert, hangt minder af van je spaarzin dan van een eenvoudige rekensom.
Een voordeel voor een kwart van de belastingbetalers
Pensioensparen is een manier om voor later te sparen waarbij de overheid een deel van je storting teruggeeft via de belastingen. Je spaart via een pensioenspaarfonds, een beleggingsfonds waarvan de waarde kan schommelen, of via een pensioenspaarverzekering. Het is een federale regeling, dus de bedragen en voorwaarden zijn in Vlaanderen, Brussel en Wallonië dezelfde.
Het systeem is populair. Volgens cijfers van de FOD Financiën spaarden in 2024 zo’n 2,5 miljoen Belgen op die manier. Dat is ruim een kwart van alle belastingbetalers, al verschilt het sterk per gewest: in Vlaanderen doet bijna een op de drie mee, in Brussel maar een op de acht.
Het plafond staat stil tot en met 2029
Volgens dezelfde cijfers kost pensioensparen de overheid dit jaar naar schatting 650 miljoen euro aan belastingen die ze misloopt, een recordbedrag. Om te besparen bevroor de regering de indexering van een aantal belastingvoordelen. Indexering betekent dat een bedrag elk jaar meestijgt met de prijzen. Voor pensioensparen blijven de plafonds zo tot en met 2029 op hun huidige niveau, volgens een circulaire van de FOD Financiën van begin januari.
Dat lijkt een technisch detail. Maar de inflatie, de stijging van de prijzen, lag in augustus volgens Statbel op bijna 4 procent. Een plafond dat niet meestijgt, is dan elk jaar wat minder waard. Bovendien haalt de overheid die achterstand niet in wanneer ze later weer indexeert.
Hoger plafond, lager percentage
Pensioensparen kent twee plafonds, elk met een eigen percentage. Tot 1.050 euro krijg je een belastingvermindering van 30 procent. Een belastingvermindering is een bedrag dat rechtstreeks afgaat van de belasting die je moet betalen.
Wie meer wil storten, kan kiezen voor het hogere plafond van 1.350 euro. Maar dan krijg je 25 procent terug, en dat op je hele storting. Die keuze gebeurt ook niet vanzelf: je moet ze elk jaar uitdrukkelijk doorgeven aan je bank of verzekeraar.
Stel dat Ines 1.050 euro stort en genoeg belasting betaalt om de volledige vermindering te benutten, dan krijgt ze 315 euro terug. Stort ze 1.350 euro met het hogere plafond, dan wordt dat 337,50 euro. Die 300 euro extra levert haar dus amper 22,50 euro extra op.
Let wel: kies je het hogere plafond, dan moet je minstens 1.260 euro storten om evenveel terug te krijgen als met het gewone plafond. Stort je minder, dan verlies je een deel van je voordeel. Wie niet zeker weet of hij dat bedrag kan missen, blijft doorgaans beter bij het gewone plafond.
Een voordeel met voorwaarden
Toch is het voordeel niet voor iedereen even groot. Het werkt alleen als je genoeg belasting betaalt: wie weinig of niets verschuldigd is, bijvoorbeeld door een laag inkomen, krijgt het verschil niet uitbetaald. Daarnaast mag je per persoon maar één contract fiscaal inbrengen. Partners kunnen elk een eigen contract hebben, met elk een eigen voordeel.
Daar staat later wel een rekening tegenover. Op je 60ste verjaardag houdt de overheid een eindbelasting van 8 procent in, een eenmalige heffing op wat je hebt opgebouwd. Wie daarna nog stort, krijgt belastingvermindering zonder nieuwe eindbelasting. Maar wie het geld vroeger opneemt, betaalt vaak 33 procent belasting, mogelijk meer dan wat het voordeel hem eerder opleverde.
Goed om te weten: pensioensparen valt buiten de meerwaardebelasting van 10 procent die sinds 1 januari 2026 geldt. Een meerwaarde is de winst die je maakt als je iets duurder verkoopt dan je het kocht. Dat maakt het naast gewoon beleggen iets aantrekkelijker, al hangt de waarde van een fonds natuurlijk nog altijd af van de beurs.
Wie het hogere plafond wellicht niet nodig heeft
Het hogere plafond is vooral iets voor wie het gewone plafond zonder moeite haalt en nog wat overhoudt. Maar voor dat extra geld zijn er ook andere bestemmingen. Denk aan een spaarbuffer voor onverwachte kosten, of aan geld dat je binnen enkele jaren nodig hebt en dus niet tot je pensioen wilt vastleggen.
Kortom, de keuze tussen beide plafonds hangt af van hoeveel je jaarlijks kunt missen en hoe zeker je bent dat je het geld tot je pensioen laat staan. Wie twijfelt, kan met het gewone plafond beginnen en later bijsturen. Die keuze maak je immers elk jaar opnieuw.
Bronnen
- Wikifin (FSMA), Pensioensparen (bijgewerkt 8 januari 2026)
- Wikifin (FSMA), Tips voor pensioensparen (bijgewerkt 20 augustus 2026)
- Wikifin (FSMA), Hoe wordt je pensioensparen belast? (bijgewerkt 30 juni 2025)
- La Libre, Épargne-pension: un coût record pour l'État belge cette année (11 april 2026, cijfers FOD Financiën)
- Forum for the Future, Circulaire 2026/C/6 over de bevriezing van de indexering van fiscale uitgaven (6 januari 2026; wet van 18 december 2025, BS 30 december 2025)
- Federale Verzekering, Fiscale wijzigingen in 2026: pensioensparen, langetermijnsparen en aanvullende pensioenen (30 januari 2026)
- VRT NWS, Inflatie versnelt tweede maand op rij (28 augustus 2026, cijfers Statbel augustus 2026)
- MySavings, In welke gevallen heb ik geen recht op de belastingvermindering voor pensioensparen?
- NN, Nieuwe meerwaardebelasting: wat verandert er voor je levensverzekering of pensioensparen? (9 juli 2025)
Dit artikel is algemene informatie, geen beleggings-, fiscaal of juridisch advies. De redactie haalt haar informatie uit betrouwbare bronnen, maar kan niet instaan voor de juistheid of de actualiteit ervan en is niet aansprakelijk voor schade als die informatie onjuist of verouderd blijkt. Cijfers en regels wijzigen: toets je eigen situatie altijd af bij je bank, verzekeraar, notaris of adviseur. Fout gespot? Neem contact op.