Belgen sparen minder: wat betekent dat voor jouw spaargeld?

Belgische gezinnen zetten in het tweede kwartaal van 2026 nog 11,7 procent van hun inkomen opzij. Dat is het laagste niveau sinds eind 2022. Wat zit erachter, en moet jij iets doen?

Belgen staan al lang bekend als goede spaarders, met een flinke buffer op hun spaarboekje. Maar die reputatie brokkelt af. In het tweede kwartaal van 2026 zetten de gezinnen nog 11,7 procent van hun inkomen opzij. Zo weinig was het niet meer sinds eind 2022, toen het 11,2 procent was. Dat blijkt uit nieuwe cijfers van de Nationale Bank (Belga, 23 oktober 2026).

1. Wat is de spaarquote?

De spaarquote is het deel van het inkomen dat gezinnen niet uitgeven. Economen berekenen dat voor alle Belgische gezinnen samen. Ze vertrekken van het beschikbaar inkomen: wat je overhoudt na belastingen, met je uitkeringen erbij (Nationale Bank). Wat niet naar uitgaven gaat, telt als sparen, ook geld dat gezinnen beleggen.

Een spaarquote van 11,7 procent betekent dus: van elke 100 euro die binnenkomt, gaat 11,70 euro opzij. De rest gaat naar boodschappen, huur, energie en andere uitgaven.

2. Waarom sparen we minder?

Het inkomen van de gezinnen steeg in het tweede kwartaal met 0,5 procent. Toch gingen de uitgaven nog sneller omhoog, met 1,8 procent (Belga). Geef je meer uit dan er bijkomt, dan blijft er minder over om te sparen.

Een precieze verklaring geeft de Nationale Bank niet. Wel is het leven sinds de lente een stuk duurder geworden, want de inflatie steeg sterk. Inflatie betekent dat de prijzen stijgen, zodat je met hetzelfde geld minder kunt kopen. Ook in 2022 stegen de prijzen fors, en ook toen spaarden de gezinnen minder. Wat dat met je geld doet, lees je in het stuk over een euro die minder waard wordt.

Bankeconomen verwachten geen snel herstel van de spaarquote. Volgens hun vooruitzichten komt de spaarquote voor heel 2026 uit op 11,7 procent. In 2027 zou ze maar licht stijgen, tot 12,1 procent (KBC Economics, 20 oktober 2026).

3. Hebben Belgen dan geen geld meer?

Toch is het beeld niet zo somber. Er staat nog altijd veel geld op spaarrekeningen: eind juni 2026 ging het om ruim 309 miljard euro. In het tweede kwartaal kwam daar nog zo’n 4 miljard euro bij (Nationale Bank).

Bovendien sparen Belgen anders dan vroeger. Steeds meer geld gaat naar beleggingsfondsen: potten geld van veel beleggers samen, die in aandelen of obligaties beleggen. Gemiddeld stoppen Belgen 5,6 miljard euro per kwartaal in zulke fondsen. Op spaar- en termijnrekeningen komt maar 3,5 miljard euro bij (ING Economic Research, 8 september 2026). Lees ook waarom Belgen hun spaarboekje inruilen voor de beurs.

Let wel: wie belegt, loopt meer risico dan op een spaarrekening. De waarde van een fonds kan ook dalen.

4. Hoe doen andere landen het?

Gemiddeld sparen gezinnen in de eurozone meer. Daar lag de spaarquote in het tweede kwartaal van 2026 op 14,2 procent (Eurostat). Ook over heel 2025 zat België al lager: 12,8 procent, tegenover 14,7 procent in de eurozone (ING).

Maar gemeten in wat we al bezitten, blijven Belgen rijk. Een Belgisch gezin heeft gemiddeld 257.000 euro aan spaargeld, beleggingen en verzekeringen, na aftrek van schulden. In de eurozone is dat 166.000 euro (ING).

5. Wat betekent dit voor jou?

Een lage spaarquote voor het hele land zegt weinig over jouw eigen situatie. Toch is het een goed moment om even te kijken waar je staat.

Begin bij je spaarbuffer: geld voor onverwachte kosten, bijvoorbeeld een kapotte wasmachine of een autopanne. Wikifin raadt aan om drie tot zes keer je netto maandloon opzij te zetten. Hoeveel jij nodig hebt, lees je in het stuk over je spaarbuffer.

Stel dat je 2.500 euro netto per maand verdient. Dan mik je op een buffer van 7.500 tot 15.000 euro. Lukt dat niet in één keer, dan helpt een vast bedrag per maand. Stel dat je elke maand 150 euro opzijzet met een automatische overschrijving. Na een jaar heb je dan 1.800 euro, zonder de rente mee te tellen.

Is je buffer in orde? Dan kun je nadenken over de rest van je spaargeld. Op een spaarrekening verliest het door de inflatie doorgaans aan waarde. Beleggen kan meer opbrengen, maar je loopt ook meer risico. Kortom: kies wat past bij hoelang je het geld kunt missen.

Bronnen

Dit artikel is algemene informatie, geen beleggings-, fiscaal of juridisch advies. De redactie haalt haar informatie uit betrouwbare bronnen, maar kan niet instaan voor de juistheid of de actualiteit ervan en is niet aansprakelijk voor schade als die informatie onjuist of verouderd blijkt. Cijfers en regels wijzigen: toets je eigen situatie altijd af bij je bank, verzekeraar, notaris of adviseur. Fout gespot? Neem contact op.

sparenspaarquotespaarbufferNationale Bankinflatiebeleggen

Verder lezen

Alle artikels →
Sparen

Hoeveel spaargeld heb je echt nodig als buffer?

Drie tot zes maanden: dat is de gangbare vuistregel voor een spaarbuffer. Maar drie maanden van wat, en wanneer schuif je beter op naar zes? Wie huurt en zo'n 1.600 euro per maand uitgeeft, komt uit op 4.800 à 9.600 euro, een gezin met een eigen huis op een pak meer.

5 min lezenVoor beginners

Sparen

De depositoladder: sparen op verschillende termijnen

Met een depositoladder verdeel je je spaargeld over termijnrekeningen met verschillende looptijden. Zo komt er geregeld geld vrij en hoef je niet te gokken op de rente. Hoe bouw je er een, bijvoorbeeld met 15.000 euro over vijf jaar, en waar let je op?

4 min lezen