Welke verzekeringen heb je echt nodig?

Tegen kleine schade zijn Belgen uitstekend gedekt. Valt je eigen inkomen weg, dan houdt de dekking meestal op. Drie vragen om te zien welk risico je zelf kunt dragen, en welk je beter verzekert.

Tegen kleine schade zijn Belgen uitstekend gedekt. Maar tegen het risico dat een gezinsbudget echt kan kraken, het wegvallen van je eigen inkomen, zijn ze dat zelden. Eind 2025 telde het RIZIV ruim 576.000 Belgen die langer dan een jaar arbeidsongeschikt waren, ruim 105.000 meer dan vijf jaar eerder (VRT NWS, mei 2026). Welke polissen heb je dan echt nodig, en welke kun je gerust laten vallen?

De ruil achter elke polis

Een verzekering beschermt je niet tegen pech. Ze ruilt een klein bedrag dat je met zekerheid betaalt voor een groot bedrag dat je misschien moet ophoesten. Die ruil loont pas als dat grote bedrag je financieel in de problemen brengt. Anders betaal je een premie plus de marge van de verzekeraar voor iets wat je zelf perfect kon dragen.

Dat verklaart ook waarom veel gezinnen scheef verzekerd zitten. Dekking voor kleine schade komt naar je toe op het moment dat je toch al aan het betalen bent. Denk aan de verlengde waarborg bij een nieuwe wasmachine. Maar de grote polissen moet je zelf gaan halen, en niemand herinnert je daaraan.

Drie vragen per risico

Voor elk risico apart stel je best dezelfde vragen, in deze volgorde.

  • Hoe groot is de schade? Niet hoe waarschijnlijk ze is, wel hoeveel ze kost wanneer ze zich voordoet.
  • Kun je dat bedrag zelf dragen? Uit je buffer of uit je inkomen, zonder je leven te reorganiseren.
  • Wat kost het om dat risico weg te nemen? Een premie voor een onbeperkt risico weegt heel anders dan dezelfde premie voor een toestel dat je zelf kunt vervangen.

Let wel: de eerste vraag telt zwaarder dan de tweede. Een risico met een kleine kans maar een enorme factuur verzeker je doorgaans wél. Omgekeerd hoef je een tegenvaller die je buffer moeiteloos opvangt, niet te verzekeren, hoe vaak ze ook voorkomt.

Wat blijft er over van je loon na een jaar ziekte?

Daar zit het echte gat. Na het eerste ziektejaar krijg je 65 procent van je begrensde loon als je gezinslast hebt, 55 procent als alleenstaande en 40 procent als je samenwoont zonder gezinslast. Dat staat zo op Wikifin, het platform van de FSMA (mei 2026). Je inkomen krimpt dus fors, terwijl de hypotheek en de winkelkar precies hetzelfde blijven kosten.

Bovendien schuilt er een plafond in het woord ‘begrensd’. Wie vanaf 1 januari 2024 in invaliditeit ging, ontvangt als alleenstaande hoogstens 104,28 euro per dag (RIZIV, bedragen vanaf 1 september 2026). In de zesdagenweek waarmee het RIZIV rekent, komt dat neer op zo’n 2.711 euro bruto per maand. Ter vergelijking: een voltijdse werknemer verdiende gemiddeld 4.076 euro bruto per maand, volgens de loonenquête van Statbel over 2022.

Stel dat je alleenstaande bent en 3.500 euro bruto per maand verdient. Na een jaar ziekte hou je daar 55 procent van over, of 1.925 euro bruto. Op jaarbasis scheelt dat bijna 19.000 euro, en ook netto voel je het, want een invaliditeitsuitkering blijft belastbaar.

Zo’n periode duurt bovendien zelden kort: eind 2023 was ruim de helft van de langdurig zieken arbeidsongeschikt verklaard tot aan het pensioen (VRT NWS, maart 2025).

Waar je te veel betaalt

Tegenover dat gat staan de polissen waarvan de maximale uitkering ongeveer even groot is als wat er op je spaarrekening staat. De gsm, de verlengde waarborg op een klein toestel, de annulering van een weekend. Zulke polissen keren wel degelijk uit wanneer het misloopt. Maar die klap kon je zelf opvangen, en daar dient een buffer nu net voor.

Daarnaast is er de dubbeltelling. Je kredietkaart, je familiale polis, je autoverzekering en je hospitalisatieverzekering overlappen vaker dan je vermoedt. Bijstand in het buitenland zit soms drie keer in je portefeuille, terwijl de verzekeraar maar eenmaal uitbetaalt.

Eén polis is dan weer bijna gratis voor wat ze afdekt. Een familiale verzekering kost een alleenstaande zo’n 80 tot 100 euro per jaar, terwijl de schade die je aan iemand anders kunt aanrichten geen plafond heeft (Test Aankoop, november 2025). Zo’n 80 procent van de Belgische gezinnen heeft er een, wat betekent dat een vijfde dat risico volledig zelf draagt.

Eén woord in de kleine lettertjes

De prijs staat vooraan, de waarde staat achteraan bij de uitsluitingen, de wachttijden en de definities. Bij een verzekering tegen inkomensverlies hangt veel af van één woord. Dekt de polis het onvermogen om jouw beroep uit te oefenen, of om een beroep uit te oefenen? Een chirurg die zijn hand verliest, kan nog altijd lesgeven, en bij die tweede definitie ontvangt hij niets.

Diezelfde kleine lettertjes bepalen ook wanneer de dekking ingaat en wat er buiten valt. Kijk dus zeker na of er een wachttijd geldt, en hoe de polis omgaat met aandoeningen die je al had bij het afsluiten. Beide bepalen mee of je in de praktijk iets ziet van je premie.

Toch is de ruimste formule niet altijd de beste koop. Ze kost wellicht een pak meer, en wie een beroep uitoefent dat met zowat elke beperking haalbaar blijft, heeft er minder aan. Die afweging maak je dus per beroep, niet per premie.

Leg daarom je polissen eens naast elkaar en noteer telkens wat ze dekken en tot welk bedrag. Schrap wat je zelf kunt dragen, en verhoog wat je niet kunt dragen. Doorgaans hou je er minder over, met hogere waarborgen en ongeveer dezelfde premie.

Bronnen

Dit artikel is algemene informatie, geen beleggings-, fiscaal of juridisch advies. De redactie haalt haar informatie uit betrouwbare bronnen, maar kan niet instaan voor de juistheid of de actualiteit ervan en is niet aansprakelijk voor schade als die informatie onjuist of verouderd blijkt. Cijfers en regels wijzigen: toets je eigen situatie altijd af bij je bank, verzekeraar, notaris of adviseur. Fout gespot? Neem contact op.

verzekeringenrisicoarbeidsongeschiktheidgezinsbudget

Verder lezen

Alle artikels →
Verzekeren

Ziek als zelfstandige: wat het ziekenfonds wel en niet dekt

Een alleenstaande zelfstandige krijgt bij ziekte van het ziekenfonds 65,56 euro bruto per dag (RIZIV, vanaf 1 september 2026). Bij 26 dagen per maand is dat zo'n 1.700 euro. Een verzekering gewaarborgd inkomen vult het gat aan, maar kent wachttijden en uitsluitingen.

3 min lezen