Tak 21 en tak 23 dragen bijna dezelfde naam. Toch hebben ze maar één ding echt gemeen, en dat is de verzekeringsjas errond: dezelfde taks, dezelfde kostenlagen en dezelfde termijn van acht jaar. Wat kost die jas je, en wat krijg je er precies voor in de plaats?
Wie draagt het risico?
Het gaat om veel geld. Belgen stortten in 2025 ruim 5 miljard euro in een tak 23-beleggingsverzekering, bijna een derde meer dan het jaar voordien, en zo’n 7,5 miljard euro in een tak 21, volgens sectorfederatie Assuralia (24 maart 2026).
Een tak 21 is een spaarproduct in een verzekeringsjas, met een rentevoet die op voorhand vastligt. Daar komt doorgaans een winstdeelname bovenop, die de verzekeraar elk jaar opnieuw beslist. Volgens de FSMA mag niemand zo’n winstdeelname vooraf waarborgen, en bestaat er wettelijk ook geen minimale gewaarborgde rentevoet.
Wat die waarborg waard is, verschilt dan ook fors van contract tot contract. Een van de grote Belgische verzekeraars tilde zijn tarief in april 2026 naar 2,90 procent. Wie minstens 20.000 euro stort, krijgt er zelfs 3,10 procent (Test Aankoop, 15 april 2026). Maar elders in de markt liggen die tarieven een pak lager.
Een tak 23 is een belegging in diezelfde jas, zonder kapitaalgarantie en zonder gewaarborgd rendement. Stijgen de onderliggende fondsen, dan stijgt de waarde van je contract mee. Dalen ze, dan draag jij dat verlies zelf.
De rekening komt vooraan
Er gaan een taks en twee lagen kosten af, en ze staan zelden in één cijfer bij elkaar.
- De premietaks. 2 procent op elke storting in een individuele levensverzekering, die de verzekeraar meteen doorstort naar de schatkist (Wikifin, bijgewerkt 8 september 2025).
- De instapkosten. Een percentage van wat er na die taks overblijft, dat de verzekeraar afhoudt voor er ook maar iets belegd is.
- De beheerskosten. Jaarlijks op de waarde van je contract. Bij een tak 23 komen daar nog de eigen kosten van de onderliggende fondsen bij.
Stel dat je 1.000 euro stort in een contract met 3 procent instapkosten, een tarief dat in de markt niet uitzonderlijk is. Na de premietaks blijft er 980 euro over, en daarvan staat na de instapkosten nog 950,60 euro effectief belegd. Dat contract moet dus zo’n 5,2 procent opbrengen voor je opnieuw op je eigen inleg staat.
Let wel: die 3 procent is een aanname en geen vast tarief. Instapkosten verschillen sterk per verzekeraar, en ze zijn wellicht bespreekbaar bij een grotere storting. Stap je vroeg uit je tak 23-contract, dan mag de verzekeraar bovendien tot 5 procent van het opgevraagde bedrag afhouden (Wikifin, 8 september 2025).
Acht jaar en één dag: waarom die grens telt
Koop je een tak 21 af binnen de eerste acht jaar, dan grijpt de fiscus in. Je betaalt 30 procent roerende voorheffing op een fictief rendement van 4,75 procent per jaar. Fictief betekent hier dat de fiscus met dat percentage rekent, ook als je contract het nooit gehaald heeft. Je waarborg staat bijvoorbeeld op 2,90 procent, terwijl de belasting van 4,75 procent vertrekt.
Wie langer aanhoudt, ontsnapt aan die heffing. Vandaar dat het in de sector altijd over acht jaar en één dag gaat. Daarnaast kan de verzekeraar bij een vervroegde afkoop nog een financiële correctie inhouden, zeker in een periode van stijgende rente.
Daarna neemt de meerwaardebelasting het over, ingevoerd op 1 januari 2026: 10 procent op je gerealiseerde meerwaarde, boven een geïndexeerde vrijstelling van 10.000 euro per persoon en per jaar (federale regering, 18 juli 2025). Gebruik je die vrijstelling een jaar niet, dan neem je er tot 1.000 euro van mee naar het jaar erna. Na vijf jaar sparen loopt ze zo op tot 15.000 euro. Tak 21 en tak 23 vallen er allebei onder, met de waarde op 31 december 2025 als bevroren startpunt voor bestaande contracten (bron, 23 april 2026).
Maar je betaalt nooit twee keer. Koop je een tak 21 binnen de acht jaar af, dan geldt enkel de roerende voorheffing en valt de meerwaardebelasting weg (bron).
Wat als je verzekeraar omvalt?
Hier lopen de twee takken echt uiteen. Een tak 21 valt onder het Garantiefonds voor financiële diensten, tot 100.000 euro per persoon en per verzekeraar. Voor een tak 23 bestaat die bescherming niet, want het fonds dekt enkel contracten van tak 21 met gewaarborgd rendement.
Toch is ook die bescherming geen rendementsgarantie. Liggen de kosten van je contract hoger dan de gewaarborgde rentevoet, dan hou je een negatief rendement over, kapitaalgarantie en al. De FSMA schrijft dat met zoveel woorden op haar website.
Waarvoor je wél betaalt
Eén ding heeft die jas voor op een spaar- of effectenrekening: de begunstigingsclausule. Dat is de bepaling waarin je zelf aanduidt wie het kapitaal krijgt als je er niet meer bent. Het bedrag gaat dan rechtstreeks naar die persoon, buiten de gewone afwikkeling van de nalatenschap om. Erfbelasting betaal je natuurlijk wel gewoon.
Dat betekent niet dat die clausule voor iedereen iets toevoegt. Zoek je enkel rendement, zonder plannen voor wie na je komt, dan betaal je voor een constructie waar je weinig mee opschiet. Vraag daarom vooraf hoeveel van je storting na taks en kosten effectief belegd staat, en wat je terugkrijgt als je na drie jaar aan dat geld moet.
Bronnen
- De Belgische verzekeringsmarkt: een incassostijging van 8,4 % in 2025, Assuralia, 24 maart 2026
- Wat zijn de kosten van een tak 21-spaarverzekering? Wikifin (FSMA), bijgewerkt 8 september 2025
- Wat zijn de kosten van een tak 23-levensverzekering? Wikifin (FSMA), bijgewerkt 8 september 2025
- Wat is een verzekeringsproduct met gewaarborgd rendement (tak 21)? FSMA
- FAQ, Garantiefonds voor financiële diensten (FOD Financiën)
- Invoering meerwaardebelasting op financiële activa, Belgische federale regering, 18 juli 2025
- Meerwaardetaks op verzekeringen: impact op tak 21, 23, 26 en 44, Federale Verzekering
- Meerwaardebelasting, Argenta, bijgewerkt 23 april 2026
- Ethias Savings 21, gewaarborgde rente verhoogd, Test Aankoop, 15 april 2026
Dit artikel is algemene informatie, geen beleggings-, fiscaal of juridisch advies. De redactie haalt haar informatie uit betrouwbare bronnen, maar kan niet instaan voor de juistheid of de actualiteit ervan en is niet aansprakelijk voor schade als die informatie onjuist of verouderd blijkt. Cijfers en regels wijzigen: toets je eigen situatie altijd af bij je bank, verzekeraar, notaris of adviseur. Fout gespot? Neem contact op.