De vrijstelling op je spaarrente blijft de komende jaren op 1.020 euro staan. De federale regering bevroor dat bedrag vanaf 2026, zodat het tot minstens 2030 niet meer meegaat met de index (Business AM, 11 december 2025). Voor de meeste spaarders maakt die bevriezing weinig uit, want hun interest komt niet eens in de buurt van die grens. Hoeveel kapitaal heb je nodig om eraan te raken, en waar kost de belasting je dan wel iets?
Hoeveel moet er staan voor je die grens raakt?
Op een gereglementeerde spaarrekening blijft die eerste schijf interest per persoon en per jaar buiten schot. Volgens Wikifin, het platform van de financiële toezichthouder FSMA, houdt je bank pas boven dat bedrag 15 procent roerende voorheffing in. Voor gehuwden en wettelijk samenwonenden gaat het samen om 2.040 euro. De regel is federaal, dus ze luidt in Gent hetzelfde als in Luik.
De vraag is dus niet zozeer hoeveel spaargeld belastingvrij is, maar hoeveel kapitaal nodig is om 1.020 euro interest op te leveren. Een klassieke spaarrekening bij een grootbank geeft vandaag zo’n 0,60 procent, basisrente en getrouwheidspremie samen. Daarvoor heb je 170.000 euro nodig, op één rekening en op één naam. Maar zo’n saldo bij één bank is voor weinig spaarders de realiteit.
Buiten de spaarrekening: 30 procent vanaf de eerste euro
De vrijstelling geldt alleen voor gereglementeerde spaarrekeningen. Denk aan een termijnrekening, een kasbon of een niet-gereglementeerde rekening: daar gaat 30 procent af, vanaf de eerste euro en zonder vrijgestelde schijf. Dat klinkt als een uitstekende reden om te blijven zitten waar je zit. Maar de rekensom wijst een andere kant op.
Stel dat je 25.000 euro laat staan
Stel dat je 25.000 euro een jaar lang op je rekening laat staan, zonder bij te storten en zonder op te nemen. Op een klassieke spaarrekening van 0,60 procent brengt dat 150 euro op, volledig onbelast. Op de scherpste gereglementeerde spaarrekening zonder stortingslimiet, vandaag 2,20 procent, wordt dat 550 euro, eveneens onbelast. Een termijnrekening op een jaar aan 3,20 procent bruto laat na de voorheffing 560 euro over (Test Aankoop, 28 augustus 2026).
Het zwaarst belaste product komt er dus als beste uit, al scheelt het met de best betalende spaarrekening amper tien euro. Let wel: bij een termijnrekening staat je geld voor de volle looptijd vast, en dat is een reëel nadeel als je het tussentijds nodig hebt. Je opbrengst hangt hier veel meer af van de rentevoet en de looptijd dan van het tarief dat de fiscus hanteert.
Bijna vier keer zoveel rente, dezelfde vrijstelling
Binnen diezelfde gereglementeerde formule gelden overal dezelfde vrijstelling en hetzelfde tarief daarboven. Toch loopt het aanbod van 0,60 procent bij de grootbanken tot 2,20 procent zonder stortingslimiet, en tot ruim 3 procent op rekeningen die je maandelijkse storting begrenzen (Test Aankoop, 21 september 2026). Het risico is in beide gevallen hetzelfde, met een depositobescherming van 100.000 euro per persoon en per bank (Garantiefonds).
Aan die topcijfers hangen wel voorwaarden. De best betalende rekening van het moment vergoedt maar een beperkt saldo. Wie nog hogere percentages ziet adverteren, botst doorgaans op een maximum van enkele honderden euro’s storting per maand. Bovendien verdien je de getrouwheidspremie pas na twaalf ononderbroken maanden. Wie in maand elf vertrekt, laat dat deel liggen.
Lees dus waaruit een percentage precies bestaat voor je het gelooft. Ook wie na die oefening bij een eerlijke middenmoter uitkomt, haalt wellicht nog een veelvoud van wat een klassieke rekening geeft.
Wanneer de grens wel meetelt
In drie situaties speelt de vrijstelling wel een rol, en geen ervan gaat over het tarief.
- Je hebt meerdere spaarrekeningen. De vrijstelling geldt per persoon, niet per rekening. Banken weten immers niet van elkaar wat ze je betalen. Blijft elke rekening apart onder de grens en kom je er samen boven, dan houdt niemand iets in en geef je het overschot zelf aan (Test Aankoop, 11 februari 2026).
- Jullie sparen samen, maar op één naam. Een koppel heeft samen recht op het dubbele. Staat alles op één rekening op één naam, dan blijft de helft van dat recht onbenut zodra de interest boven 1.020 euro uitkomt. Een tweede rekening openen kost niets.
- Je stapt over naar een hogere rente. Bij 2,20 procent raak je de grens al vanaf zo’n 46.000 euro. Vanaf dat punt wordt de vrijstelling een cijfer waar je rekening mee houdt.
Goed om weten: de 15 procent slaat alleen op wat boven de vrijstelling uitkomt, niet op je volledige interest. Wie er net over gaat, betaalt dus voorheffing op een klein stuk en houdt de rest onbelast. Ook wie er ver boven zit, houdt van 2,20 procent netto nog altijd ruim drie keer zoveel over als van een klassieke rekening. Kortom, de vrijstelling verandert de rangorde van de spaarrekeningen niet.
Bronnen
- Wikifin (FSMA), Hoe worden de intresten op je spaarrekening belast? (bijgewerkt 5 januari 2026)
- Wikifin (FSMA), Intresten op de gereglementeerde spaarrekening (bijgewerkt 8 januari 2026)
- Business AM, Federale regering bevriest enkele fiscale vrijstellingen (11 december 2025)
- Test Aankoop, Zo betaal je in 2026 geen belasting op de intresten van je spaarrekening (11 februari 2026)
- Test Aankoop, Investeren in de nieuwe staatsbonnen of toch sparen? (28 augustus 2026)
- Test Aankoop, Rentestijging: 5 manieren om meer uit je spaargeld te halen (21 september 2026)
- Garantiefonds voor financiële diensten, depositobescherming
Dit artikel is algemene informatie, geen beleggings-, fiscaal of juridisch advies. De redactie haalt haar informatie uit betrouwbare bronnen, maar kan niet instaan voor de juistheid of de actualiteit ervan en is niet aansprakelijk voor schade als die informatie onjuist of verouderd blijkt. Cijfers en regels wijzigen: toets je eigen situatie altijd af bij je bank, verzekeraar, notaris of adviseur. Fout gespot? Neem contact op.