Kan een fondsbeheerder de markt verslaan? Af en toe wel, maar zelden vaak genoeg om erop te rekenen. Toch is het niet zo zwart-wit: ook een goedkope tracker heeft zijn grenzen.
Twee manieren om een fonds te beheren
Een beleggingsfonds bundelt het geld van veel beleggers en belegt dat samen. Bij een actief beheerd fonds kiest een beheerder zelf welke aandelen of obligaties erin zitten, in de hoop beter te doen dan een vergelijkingsindex (de benchmark). Een passief fonds doet dat niet. Een tracker volgt een index, zoals de MSCI World, zo getrouw mogelijk.
Een ETF is een tracker die op de beurs noteert. Let wel: dat betekent niet dat elke ETF passief is. Het aanbod loopt vandaag van traditioneel passief tot voluit actief. Kijk dus altijd naar hoe een ETF belegt, niet alleen naar zijn naam.
Waarom kosten zwaarder wegen dan je denkt
Een fonds rekent je elk jaar lopende kosten aan, een percentage van wat je erin belegde. Je ziet ze niet op een factuur, want ze gaan ongemerkt van je rendement af. Het werkt als een abonnement dat elk jaar een stukje van je fonds afschrijft, ook in jaren waarin het fonds weinig opbrengt. Een actieve beheerder heeft analisten nodig, en dat zie je terug in de prijs.
Stel dat je 10.000 euro belegt voor 25 jaar en dat de markt gemiddeld 5 procent per jaar opbrengt exclusief kosten. Een tracker kost 0,4 procent per jaar, een actief fonds 1,5 procent, en beide halen precies het marktrendement. Dan groeit je geld aan 4,6 procent tegenover 3,5 procent. Na 25 jaar heb je zo’n 30.800 euro, tegenover zo’n 23.600 euro. Het verschil van ruim 7.100 euro is bijna een kwart van het eindbedrag.
Dat is een rekenvoorbeeld, geen voorspelling: niemand weet wat de markt de komende jaren doet. Toch toont het hoe kleine verschillen in kosten over lange tijd opstapelen.
Wat het onderzoek zegt
Duur is op zich geen probleem als het fonds meer opbrengt. Maar bij de meeste fondsen blijkt dat niet het geval. De meeste actieve fondsen er niet in slagen om beter te presteren dan hun benchmark.
Onder meer de ESMA kwam al in januari 2019 tot die conclusie. Passieve aandelenfondsen deden het in de onderzochte jaren (2015 tot en met 2017) steeds beter dan actieve, terwijl de actieve fondsen aanzienlijk duurder waren. In haar rapport van april 2021 (cijfers over 2019) zag ESMA bij de actieve aandelen- en obligatiefondsen gemiddeld een netto onderprestatie, dus na aftrek van kosten.
Wanneer actief toch kan
Dat betekent niet dat elk actief fonds de moeite niet waard is. Sommige categorieën presteren beter bij actief beheer dan andere. Maar het probleem is dat je vooraf niet weet welke dat zijn. Een fonds dat het vorige jaar uitblonk, doet dat niet automatisch het volgende.
Daarnaast beschermt een tracker je niet tegen dalingen. Volgt de index naar beneden, dan volgt de tracker mee. Passief is dus goedkoper en voorspelbaarder in zijn werkwijze, maar niet veiliger.
Wat je vergelijkt voor je kiest
Denk minstens aan deze drie punten:
- Kosten: kijk naar de lopende kosten per jaar, die je terugvindt in het essentiële-informatiedocument (KID) van het fonds.
- Benchmark: welke index probeert het fonds te volgen of te verslaan? Zonder die vergelijking weet je niet of de beheerder iets toevoegt.
- Profiel: kies geen product dat niet bij je beleggersprofiel past.
Bronnen
- Wikifin (FSMA), Indexfondsen, ETF's en trackers (aangepast op 24 juli 2026)
- Test Aankoop, ETF's en trackers (26 februari 2025)
- ESMA, Retail clients continue to lose out due to high investment products costs (14 april 2021)
- ESMA, ESMA report finds investment product performance highly impacted by charges (10 januari 2019)
Dit artikel is algemene informatie, geen beleggings-, fiscaal of juridisch advies. De redactie haalt haar informatie uit betrouwbare bronnen, maar kan niet instaan voor de juistheid of de actualiteit ervan en is niet aansprakelijk voor schade als die informatie onjuist of verouderd blijkt. Cijfers en regels wijzigen: toets je eigen situatie altijd af bij je bank, verzekeraar, notaris of adviseur. Fout gespot? Neem contact op.